Brandstofschaarste? Investeer eens in het openbaar vervoer

dinsdag, 21 april 2026

Al weken staat de wereld op zijn kop door de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor de energiebevoorrading. Met een Straat van Hormuz die open en dicht gaat als een knipperlicht en de wispelturige buitenlandpolitiek van Amerikaanse president Trump kan niemand voorspellen wat ons te wachten staat. Eén ding is wel zeker: de Belgische en Vlaamse regeringen hebben geen plan, laat staan een duurzame visie op lange termijn. En die hebben we nu net dringend nodig.

 Het Internationaal Energieagentschap en de Europese Commissie adviseren om minder energie en brandstof te verbruiken. Ze pleiten uitdrukkelijk voor meer openbaar vervoer. Minder autorijden ligt inderdaad voor de hand, maar staat jammer genoeg haaks op het in Vlaanderen gevoerde beleid. Goed openbaar vervoer kan onze economie nochtans het hoofd boven water helpen houden. Dat inzicht zou in ons land al lang vanzelfsprekend moeten zijn, maar zeker als energieprijzen stijgen en er brandstofschaarste dreigt. 50 mensen met een bus vervoeren kost tot 6 keer minder brandstof (40 l/100 km) dan die mensen met 40 auto’s vervoeren (240 l/100 km). Bij trams is de energiewinst nog vele malen hoger. Wat morrelen aan de brandstofaccijnzen lost de schaarste niet op. Premier De Wever heeft gelijk dat we geen maatregelen moeten nemen die de vraag naar automobiliteit doen toenemen.  Maar waarom stimuleren onze regeringen dan de keuze voor trein, tram en bus niet, want die doet de energievraag wel dalen?

Vlaams minister van mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) interpreteert haar bevoegdheid steeds enger. Zij profileert zich bijna uitsluitend als minister van automobiliteit. Het Antwerpse Oosterweelproject, dat in zijn huidige vorm uitsluitend het autoverkeer ten goede komt en waarvan de factuur astronomische proporties aanneemt, wordt onverkort uitgevoerd. De Lijn daarentegen, uitgeperst door anderhalf decennium besparingen, moet verder inleveren. Bijna alle Vlaamse vervoersregio’s wezen de opgelegde besparingen van € 44 miljoen euro categoriek af.  Maar minister De Ridder geeft geen krimp. Hoewel haar partijgenoot Ben Weyts in 2019 met het decreet basisbereikbaarheid de gemeenten in de vervoersregioraad beslissingsmacht over het busaanbod gaf, legt De Ridder de herhaaldelijke negatieve beslissing van die gemeenten koudweg naast zich neer.  Ze heeft zelfs niet het fatsoen om beleefd te antwoorden op een open brief, waarin meer dan 50 organisaties, academici en experts haar om een overleg over de besparingen vragen. Ook na een herinnering kwam er geen enkele reactie. Dat betaamt niet voor een minister, die geacht wordt het algemeen belang en de burgers te dienen.

Nochtans verdient voorrang voor efficiënt en zuinig vervoer met tram en bus meer dan ooit prioriteit. Investeringen in vlotter en betrouwbaarder openbaar vervoer over een goed onderhouden infrastructuur die een vlotte doorstroming faciliteert, is tegelijk een toekomstgerichte investering die elk jaar opnieuw drie keer blijft renderen:

  • Doordat bus en tram sneller rijden, kan De Lijn met evenveel voertuigen en chauffeurs meer ritten inleggen.
  • Stipter, frequenter en betrouwbaar openbaar vervoer trekt meer (tevreden) reizigers aan. Dat levert De Lijn extra inkomsten op.
  • In vele Franse, Duitse en Zwitserse steden is het vanzelfsprekend dat trams en bussen voorrang krijgen bij de verkeerslichten. Zo zijn reizigers sneller op hun bestemming en verloopt ook het overige verkeer vlotter.

In onze buurlanden kun je dat openbaar vervoer met één geïntegreerd ticket gebruiken. Eenvoudig, helder en aantrekkelijk. Waarom kan dat nog steeds niet in ons land? De flexibiliteit en het gebruiksgemak die tariefintegratie biedt, levert meer reizigers op en daar worden alle vervoerbedrijven – en de schatkist – beter van.

Of we nu olie kopen in Rusland, het Midden-Oosten of de VS, het zijn geen van allen regimes waarvan we afhankelijk willen blijven. De keuzes die we nu maken, zullen bepalen of de volgende generaties gevrijwaard blijven van een nieuwe energie- én klimaatcrisis. Want de klimaatverandering alleen al is een voldoende reden om zuiniger met fossiele brandstof om te springen. Investeren in nabijheid van voorzieningen, een doordachte ruimtelijk ordening, veilige fietspaden en een performant openbaar vervoer kunnen onze levenskwaliteit aanzienlijk verbeteren en zowel de maatschappij als de burger uiteindelijk heel wat geld besparen. Geld dat we niet aan brandstof moeten uitgeven, kunnen we per definitie elders beter besteden.

Peter Meukens, voorzitter TreinTramBus

Een sterk ingekorte versie van deze blog verscheen op 21/04/2026 op de opiniepagina van De Standaard