Als fossielen de bus zouden nemen, zouden ze slechter af zijn
donderdag, 29 januari 2026
Vlaams minister van mobiliteit en openbare werken Annick De Ridder (N-VA) wil het strand aan onze kust met fossielrijk zand laten opspuiten. De Standaard van 24 januari 2026 verraadt ons haar motivatie: ”De gemeenschap van fossieljagers is groter dan men denkt”, verwijst ze naar een petitie met 1.300 handtekeningen. “Ik maak er zelf deel van uit. Ik ben al van kindsbeen af gepassioneerd door fossielenjagen.” Een betrokken minister, die zich met haar bevoegdheid verbonden voelt, levert doorleefd en warm beleid. Mooi. Maar uiteraard vult De Ridder haar dagen niet alleen met strand en fossielen, ze is ook voogdijminister van De Lijn. En nu moet ík iets bekennen: de gemeenschap van tram- en busreizigers is groter dan men denkt (ruim 1 miljoen per dag). Ik maak er zelf deel van uit. Ik ben al van kindsbeen af gepassioneerd door openbaar vervoer.
Met de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn gaat het niet goed. Dat is vreemd, want je zou verwachten dat Vlaanderen een Vlaams agentschap koestert. Helaas, al 15 jaar geleden troffen eerste besparingen De Lijn en het is er inmiddels niet beter op geworden. Jaar na jaar werd er op het budget voor tram en bus beknibbeld. Hoe vaker een Vlaamse Regering bezwoer dat ze een modal shift nastreeft – mensen overtuigen om de auto te laten staan en over te stappen op duurzame vervoersmiddelen – hoe meer ze de strop om de hals van De Lijn dichttrok. Lydia Peeters (Anders), de voorgangster van De Ridder op mobiliteit, klopte zich steeds op de borst dat zij niet op De Lijn bespaard had. Maar het was wel zij die De Lijn in 2023 dwong om de tarieven tot 2025 niet te indexeren. Dat compenseerde ze nadien maar deels. Daardoor moest De Lijn het voor dezelfde dienstverlening met minder geld doen, exact wat de definitie van het woord besparing is. Met dank aan Peeters stijgen de tarieven van de Mobipas voor volwassenen op 1 februari in één ruk met 20 %. De reizigers betalen de rekening.
In september 2024 stelde de Vlaamse Regering Diependaele in haar regeerverklaring klaar en duidelijk: “We […] maken bijkomende middelen vrij voor duurzaam en performant openbaar vervoer, ook in landelijke regio’s.” In de beleidsnota van minister De Ridder werd dat ondubbelzinnig een operationele doelstelling: “Een sterk, kwaliteitsvol en aantrekkelijk openbaar vervoer door De Lijn”. Het Centenboekje, de Vlaamse begroting 2025-2029, nam de laatste twijfel weg: De Lijn en haar reizigers wachtte een hoopvolle toekomst. Niet alleen kreeg De Lijn vorig jaar 400 miljoen euro investeringsbudget voor nieuwe bussen en infrastructuur, ook voor de exploitatie werd een groeipad uitgetekend: 50 miljoen extra in 2026 en 2027, 100 miljoen in 2028 en zelfs 125 miljoen in 2029.
Maar wie erop vertrouwde dat met deze regering het einde van de tunnel voor stads- en streekvervoer in zicht is, komt bedrogen uit. In september 2025 besliste ze dat De Lijn naar de beloofde 50 miljoen bijkomende exploitatiemiddelen kan fluiten én bovendien nog eens 35,5 miljoen extra moet besparen. Die besparing moet zelfs expliciet in het aanbod gebeuren. Du jamais vu. Denkt De Ridder haar operationele doelstelling zo te realiseren?
Deze Vlaamse Regering houdt haar woord niet. Ze doet niet wat ze belooft en evenmin waartoe ze volgens het Openbaredienstencontract (ODC) met De Lijn gebonden is. Als wegbeheerder moet Vlaanderen een vlotte doorstroming garanderen, zodat De Lijn betrouwbaar en efficiënt openbaar vervoer kan aanbieden. In de praktijk blijft dat dode letter en daalt de commerciële snelheid van trams en bussen. In het buitenland beproefde systemen van verkeerslichtenbeïnvloeding laat Vlaanderen links liggen. In plaats daarvan kiest men voor C-ITS, zogenaamde slimme en intelligente verkeerslichten. In tram en bus valt er nauwelijks iets van te merken. Een grote uitrol is vooralsnog niet gebudgetteerd. En dus blijven de trams en bussen in de steeds groeiende files staan. De Lijn krijgt onterecht de schuld en de reizigers betalen alweer de rekening, want zij zijn langer onderweg en missen hun aansluiting.
Met de basisbereikbaarheid zou alles beter worden, want de vraag naar openbaar vervoer zou voortaan het aanbod sturen. In haar mobiliteitscommissie bespreekt het Vlaams Parlement vandaag een evaluatierapport van de Vervoersautoriteit. Die klaagt o.a. de afbouw van het openbaarvervoernet aan dat de vervoersregio’s budgetneutraal moesten vastleggen. De Vlaamse Regering heeft dat budget de facto verlaagd. Dat schendt de autonomie van de vervoersregioraden, omdat er te weinig geld overblijft om de vervoersvraag te beantwoorden. De Vervoersautoriteit vraagt daarom respect voor de decretale bepalingen. Dat wordt nog spannend, want de 35,5 miljoen die De Lijn van De Ridder op het aanbod moet besparen, zal men wellicht vooral in het aanvullend net moeten zoeken. De beslissingsbevoegdheid daarvoor ligt decretaal uitsluitend bij de gemeenten. Die zien hoe belangrijk de sociale rol van het openbaar vervoer is, maar moeten nu de besparingen van De Lijn – en indirect dus de vervoersarmoede – mee organiseren! Dat hoeven ze echt niet te slikken.
Peter Meukens, voorzitter TreinTramBus
(Dit artikel verscheen op 29 januari 2026 op de opiniepagina van De Standaard, daar onder de titel “Annick De Ridder is meer bekommerd om fossielen dan om bus- en tramreizigers“)