Zonder betrouwbaar beleid geen betrouwbaar openbaar vervoer

vrijdag, 09 oktober 2026

Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn, sloeg op 7 oktober 2026 in De Standaard alarm: De Lijn heeft op vijftien jaar tijd een kwart van haar werkingsmiddelen voor de dagelijkse exploitatie verloren. In het Vlaams Parlement reageerde mobiliteitsminister Annick De Ridder (N-VA) bij monde van haar collega Cieltje Van Achter daar zoals steeds op door te zeggen dat de cijfers van De Lijn fout zijn. Daarbij gooide ze exploitatiebudgetten en investeringen op een hoop, vergeleek ze absolute bedragen met mekaar zonder rekening te houden met inflatie en waardeverlies en veegde ze onder de mat dat De Lijn de afgelopen jaren bijkomende opdrachten (zoals het leerlingenvervoer) en logischerwijze daarvoor ook bijkomend budget had ontvangen. Om haar gelijk te halen vergeleek de minister appelen met citroenen. Precies dat had Schoubs niet gedaan: zij keek naar de werkingsmiddelen om het netwerk van trams en bussen in 2010 te exploiteren en zette die naast het huidige exploitatiebudget omgerekend naar de waarde 2010. Haar conclusie is correct: De Lijn heeft op 15 jaar tijd een kwart moeten inleveren. Ann Schoubs heeft dus gelijk en de minister gooit haar onterecht voor de bus.

Minister Van Achter in het Vlaams Parlement nog: “We willen een sterk openbaar vervoer dat Vlamingen een aantrekkelijk alternatief biedt. We versterken de samenwerking met de vervoersregioraden.” Ze vroeg begrip voor de budgettaire toestand van Vlaanderen en verwachtte dat iedereen daarvoor een inspanning levert. Pas als dat op orde is, kan er van bijkomend budget sprake zijn. En dus moet De Lijn, weliswaar zonder bijkomende besparingen (gelukkig maar) toch de broeksriem verder aanhalen. Voorlopig dus geen groeiverhaal voor De Lijn en haar reizigers. Wat een contrast met het antwoord van Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) op 2 oktober in De Standaard op de vraag of de subsidies voor luchtvaart ook dienen om groei te vrijwaren: ‘Ja. Er is een rapport waaruit blijkt dat ze een economische meerwaarde hebben. Vooral op langere termijn zou dat de luchtvaartsector een nieuwe toekomst kunnen geven.’ Vanzelfsprekend ziet een Vlaams-nationalist Vlaanderen graag in de vaart der volkeren voortgestuwd, maar maakt dat luchtvaart tot een speerpunt van het regionale mobiliteitsbeleid? Op zijn breedst overbrugt Vlaanderen een afstand van 230 km tussen De Panne en Kessenich. Om het aantal Vlamingen te tellen dat naar het werk of naar school vliegt, heb je niet eens één hand nodig. De Lijn daarentegen vervoert op een werkdag bijna 1 miljoen reizigers met tram en bus.

Dat zouden er nog veel meer kunnen en moeten zijn. Het recept daarvoor is bekend: ‘We werken verder aan een aantrekkelijk en betrouwbaar aanbod door onder meer gerichte investeringen, correcte data, doorstromingsmaatregelen en kwaliteitsverhoging van de dienstverlening. […] Een sterk openbaar vervoer betekent ook een betrouwbaar openbaar vervoer. […] Voor de aanbodsautonomie krijgt De Lijn zoals voorzien in het ODC de vrijheid om operationele bijsturingen te doen aan het openbaarvervoernet, steeds in goed overleg met de vervoerregio’s.’ Dat schrijf ik niet, dat beweerde Vlaams mobiliteitsminister Annick De Ridder (N-VA) in haar beleidsnota van 15 november 2024. Hebben we iets gemist? Want van een betere doorstroming en een kwaliteitsverhoging van de dienstverlening hebben we tot nu toe niks gezien, wel integendeel. Het Centenboekje (editie 2024) van deze Vlaamse Regering voorzag voor De Lijn en het vervoer op maat een groeipad: 50 miljoen extra in 2026 en 2027, 100 miljoen meer in 2028 en zelfs 125 miljoen erbij in 2029. Over de hele legislatuur dus 325 miljoen euro bijkomend exploitatiebudget. Na de opeenvolgende besparingen sinds 2010 en de budgetneutraliteit waarmee het decreet basisbereikbaarheid in 2019 De Lijn en dus de reizigers in een keurslijf wrong, leek De Lijn eindelijk wat ademruimte te krijgen om de neerwaartse spiraal om te buigen.

Zalig zij die de Vlaamse Regering op haar woord geloofden: van die beloofde 325 miljoen heeft De Lijn vooralsnog niks gekregen. In haar recente Septemberverklaring reduceert de Vlaamse Regering het groeipad tot 137,5 miljoen euro, een schamele 42 %.

Bovendien verplicht de minister De Lijn om 47,1 miljoen euro van dat groeipad niet voor groei, maar wel voor de compensatie van financiële tekorten te gebruiken. Dit is ongeziene bevoogding, geen ‘aanbodsautonomie’ of ‘vrijheid om operationele bijsturingen te doen aan het openbaarvervoernet’. Tussen 2025 en 2029 zal De Lijn nauwelijks 28 % van het toegezegde groeipad aan effectieve aanbodsuitbreiding kunnen spenderen. Als de Vlaamse Regering haar woord tenminste niet nog eens breekt. Geen enkel vervoerbedrijf kan openbaar vervoer organiseren waarop reizigers kunnen rekenen en vertrouwen als een overheid zo onbetrouwbaar is en geen planningszekerheid biedt. Dit is woordbreuk voor gevorderden.

De Ridder veegt niet alleen de vloer met De Lijn, ze doet dat ook met de gemeenten in de vervoersregioraden. Die waren vorig jaar behoorlijk boos over de manier waarop ze buitenspel gezet waren bij de vorige besparingen: minister De Ridder legde toen het njet van bijna alle vervoersregioraden gewoon naast zich neer en respecteerde zo de beslissingsbevoegdheid niet die het decreet de gemeenten nochtans toekent. In het voorjaar droeg ze de vervoersregioraden dan hals over kop op nieuwe lijnen en ritten uit te werken. Moeite voor niks blijkt nu, want aanbod uitbreiden mag niet van de minister.

Waar staan de reizigers in dit droeve verhaal? Die hebben inmiddels eelt op hun tong van steeds opnieuw hun wonden te likken. Een paar duizend haltes zijn afgeschaft en vanwege besparingen zijn buslijnen verdwenen. Daardoor hebben almaar meer dorpskernen overdag geen reguliere bus meer. Wie het vandaag zonder bus moet doen, weet dat dat de komende jaren niet verandert. Het federale én Vlaamse regeerakkoord ambiëren een werkzaamheidsgraad van 80 %. Mooi, maar dan moeten arbeidsplaatsen wel bereikbaar zijn. Deze Vlaamse Regering betonneert vervoersarmoede voor wie geen auto op de oprit heeft staan. Die Vlamingen vallen uit de boot, want ze geraken niet op hun werk en kunnen niet volwaardig deelnemen aan het sociale, culturele en economische leven.  Is dat een groeiverhaal?

Peter Meukens, voorzitter TreinTramBus

Deze tekst verscheen ook op de opiniepagina van De Standaard van vrijdag 9 oktober 2026